Geschiedenis van De Rieste door Hub Onnou

Wie ich es klein menneke de Carnaval in Mergraote hub zeen ontstoan en verder zien greuien.

11Voor 1937 was er niets te beleven, behalve Carnavalsmaandag kregen we in de namiddag vrij. Die middag gingen we dan als “moem” verkleed. Dit betekende wat oude kleren van de zolder gehaald en een stuk gordijn voor je gezicht en klaar was Kees.

Het was dan Johan Schwanen geboortig uit Wahlwiller, de toenmalige secretaris van R.K.V.V.M., die de mensen aan de gang zette om de carnaval op poten te zetten.

In 1937 werd al een kleine optocht georganiseerd n.l. door het bovenste gedeelte van de Sprinkstraat. Het waren Jan Meertens, fam. Brouwers, fam. Essers, fam. Faarts en Jos van Wissen. Bij Jan Meertens werd de eerste wagen gebouwd, die het bakken van de Riestevla voorstelde, compleet met fornuis en al. Het schilderen van de wagen gebeurde door meester Guus Sluysmans. De wagen werd voortgetrokken door het paard van Jan Meertens.

prins sjefAchter de wagen liepen z.g. werklozen compleet met schop, bezem en kruiwagen. Ze moesten de straat schoonvegen. In die dagen waren in Margraten veel werklozen, daarom deze groep. De optocht begon bij de put, ging de Sprinkstraat af en zo de Rijksweg op en via de Past. Brouwerstraat weer naar de put, waar de stoet werd ontbonden. Zo liet Sjef van Wissen ons aantekenen.

Een ander verhaal gaat dat toendertijd de heer Frans Hupperichs met de gebroeders Meertens onder aan de Termaarberg een heel mooie wagen gebouwd hadden en meegetrokken zijn in de Carnavalsoptocht in Gulpen. Deze wagen was een protest tegen de melkfabrieken. Deze zagen het liefst dat de boeren de melk aan de fabriek leverden. In die dagen maakte elke boer zelf de boter en ging dan met deze boter en eieren, met het Tremke naar de markt in Gulpen of Maastricht om dit te verkopen. Er werd hevig geprotesteerd tegen deze fabrieken. In de oorlog eiste de bezetter dat de melktuiten toch langs de weg gezet werden om naar de fabriek gebracht te worden.

In 1938, althans weer volgens Sjef van Wissen, kwam men tot het oprichten van een carnavalsvereniging. De Raad van Elf kreeg  een mooie naam: Rode Duivels. Deze bestonden uit wat mensen van Margraten, waaronder enkele oud-voetballers van het tweede elftal van RKVVM. Ze waren gekleed in heel mooie rode pakjes en stelden clowns voor. Deze pakjes waren gemaakt door kleermaker  Schwanen, een broer van de eerder genoemde Johan Schwanen. R.K.V.V.M. had ze betaald. Deze waren schijnbaar zo goed in de smaak gevallen dat de voetbalclub ze nooit meer heeft terug gezien! Opnieuw volgens Sjef van Wissen.

In die tijd reed het Tremke nog. De Rode Duivels arriveerden met het Tremke in Margraten bij de Ies Mols, later Fer Schreurs. Zij waren opgestapt aan de Zangerij en werden opgewacht door fanfare Concordia, het eerste elftal van de voetbalclub en door Prins Carnaval, die op het witte paard van de fam. van de Hove zat. Prins Carnaval verwelkomde de Rode Duivels. Onder grote publieke belangstelling ging het in optocht naar de voetbalwei van de fam Conjarts, boven aan de Rijksweg om een heuse voetbalwedstrijd te gaan spelen. Er was heel veel reclame gemaakt voor deze wedstrijd: het eerste elftal zou tegen de echte Roode Duivels uit België voetballen. Zo heeft men toen de mensen in de maling genomen. Het was een mooie stunt van de nieuwe carnavalsvereniging. Het publiek had zich goed vermaakt. Mede door de muziek van fanfare Concordia. Jaren later sprak men nog steeds over deze beruchte voetbalwedstrijd. RKVVM werd overigens winnaar van dit carnavaleske spektakel.

Nu een en ander over onze eerste Prins, de heer Hub Franssen. Aan zijn zijde had hij een heuse prinses, Prinses Hortence genaamd. (Prevoo). Hub Franssen was geboren in Noorbeek en is later verhuisd naar der Friethof in Termaar, ongeveer op de plek waar nu het huis staat van Wiel Frints. De woning had een inrit van enkele meters breed, die liep van voor tot achter. Aan de voorkant woonden de vrijgezellen Hubert en Maj van Pie, die een boerderijtje runden. Achteraan woonde de fam. Franssen; moeder Til met dochters Tien en Maria en zoon Hubert. Het was een moeilijke tijd. En zoals zovele andere vrouwen, had moeder Til ook meerdere werkhuizen. Hubert had vaker geen werk. Maar was wel altijd deftig gekleed en wist zich bijzonder goed te presenteren. Wij, als tieners, keken tegen hem op. Het was een boeiende man. Ik geloof niet dat hij ooit bij een boer of op een fabriek gewerkt heeft. Uitzonderlijk voor die tijd bracht hij weekbladen rond, zoals de Katholieke Illustratie, Panorama en de wekelijkse sportkrant, op rozig papier gedrukt en met de toepasselijke naam ‘De Maandagmorgen”. Vaak heb ik sigaretten voor hem gehaald, gewoonlijk Turmac Nestor, een pakje van 15 cent. Wanneer hij een dubbeltje meer te verteren had, werd het Turmac Speciaal. Op een dag kwam hij aanrijden met een sportwagen met open kap en was hij vertegenwoordiger geworden van melk en melkproducten. Later leerde hij in Meerssen het horlogemakersvak en werd hij een zeer bekwame horlogemaker. Bij de fam. Prevoo op de Vruchtenhof was hij een graag geziene gast en zo kwam het dat hij en Tooske, dochter des huizes, in 1937 werden gekozen tot Prins en Prinses. In 1938 werden beiden voor de tweede maal gekozen. Het carnaval werd in dat jaar gevierd met een uitgebreide optocht.

Wat was toen een optocht?

tractorLuchtbanden op wagens waren juist in opkomst. De opbouw werd gemaakt van golfkarton, stro, punaises en waterverf. Dat alles werd getrokken door mooi opgepoetste paarden. Er waren ook lopende groepen, verkleed met kleren uit grootmoeders tijd en een zelf geverfd kartonnen masker op het hoofd. Een en ander trok veel aandacht van het publiek. De optochten trokken ook door Welsden en Termaar, waardoor op grote stukken geen publiek stond.

De Witte van Til, zoals Hubert genoemd werd, is later verdwenen. Om te voorkomen, dat hij in Duitsland moest gaan werken, is hij bij de luchtbescherming van de staatsmijn Maurits gaan werken. Tijdens een bombardement in oktober 1943,  was hij ondanks het gevaar, boven op de steenberg op zijn post gebleven. Als dank hiervoor kreeg hij een andere mooie baan. Later ben ik nog meerdere malen bij hem op bezoek geweest. Hij woonde toen in een herenhuis vooraan in de Stationstraat in Maastricht. Hij repareerde horloges en sieraden voor de betere zaken in Maastricht. Zijn zuster Maria, de Maj van Til, was gehuwd  met Sjufke Biermans. Sjufke is later overreden door het Tremke. Hij was op slag dood. Maria bleef achter met zoon Hubke en dochter Bertien. Zij huwde een tweede maal met veekoopman Andries Heynens, die later vrachtwagenchauffeur zou worden. Uit dit huwelijk werden 5 zonen en 1 dochter geboren, n.l. Sjef, Fons, Guus, Haike, Jean en Louis, die later een bekend kunstschilder zou worden. De dochter heette Marie Louis. Hub Franssen, die dus de eerste Prins van Margraten was, was een oom van die 5 mennekes en die dochter. Daar zijn ze bijzonder trots op.

Tot zover mijn terugblik.

Hub Onnou.

 

 

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail