De vereniging

De geschiedenis van CV De Rieste

Carnaval kent een lange en rijke geschiedenis. In Duitsland wordt al sinds de 18e eeuw Carnaval gevierd met een prins en gevolg, wat later uitgroeide tot de huidige Raad van Elf. Omdat Margraten dicht bij de Duitse grens ligt, is het aannemelijk dat deze traditie ook invloed heeft gehad op de carnavalsviering in onze omgeving.

Vanuit Keulen verspreidde de carnavalsviering zich over het Rijnland. Ook in Limburg en Brabant raakte Carnaval steeds bekender. In Maastricht werden al vanaf 1839 carnavalsactiviteiten georganiseerd door de Momus Sociëteit. Later, in 1946, werd de Mestreechter Vastelaovendsvereiniging De Tempeleers opgericht. In Valkenburg werd al in 1879 gesproken over carnavalssociëteit De Mirlitophile en in Kerkrade werd in 1936 “d’r Kirchroatsjer Vasteloavends Verain” opgericht.

Ook in andere plaatsen in Zuid-Limburg ontstonden in die periode carnavalsactiviteiten. Zo was er in Gulpen destijds al een optocht, al bestaat de carnavalsvereniging daar officieel pas sinds 1953. In Heerlen werd in 1947 Carnavalsvereniging De Winkbülle opgericht.

CV De Rieste behoort daarmee tot één van de eerste carnavalsverenigingen in Zuid-Limburg buiten Kerkrade. In de rest van Limburg zijn er enkele verenigingen die ook rond die tijd zijn ontstaan. De alleroudste is het Venloos Vastelaoves Gezelschap Jocus, dat dateert uit 1842. Ook VV De Veldjmuus uit Roermond en VV De Daol uit Herkenbosch werden in 1937 opgericht.

We spreken hier dus met recht over een bijzonder stukje Limburgse cultuur. Een geschiedenis waar Margraten en CV De Rieste trots op mogen zijn.

De eerste carnavalsjaren in Margraten

De beginjaren van Carnaval in Margraten verliepen met vallen en opstaan. Aan de hand van foto’s, verhalen, plakboeken en oude carnavalsgidsen kwam langzaam een beeld naar voren van het carnavalsverleden van Margraten. Het bleek een geschiedenis te zijn van steeds opnieuw beginnen, doorzetten en samen bouwen aan een traditie.

Voor 1937 was er in Margraten nog nauwelijks sprake van georganiseerd Carnaval. Op carnavalsmaandag kregen kinderen in de middag vrij en gingen zij verkleed als “moem”. Vaak bestond dat uit oude kleren van zolder en een stuk gordijn voor het gezicht.

Het initiatief om in 1937 te komen tot een georganiseerde carnavalsviering kwam vermoedelijk van Johan Schwanen, destijds secretaris van de in 1936 opgerichte voetbalclub die nu bekendstaat als RKVVM. Hij wist mensen in beweging te brengen om Carnaval in Margraten op poten te zetten.

De eerste optocht en Prins Carnaval

In 1937 werd een kleine optocht georganiseerd. De eerste wagen werd gebouwd bij Jan Meertens en stelde het bakken van de Riestevla voor, compleet met fornuis. Het schilderwerk werd verzorgd door meester Guus Sluysmans. De wagen werd voortgetrokken door het paard van Jan Meertens.

Achter de wagen liepen zogenaamde werklozen mee, compleet met schop, bezem en kruiwagen. Zij moesten zogenaamd de straat schoonvegen. Dit sloot aan bij de tijdsgeest, want in die jaren waren er in Margraten veel werklozen.

Er wordt ook verteld dat Frans Hupperichs samen met de gebroeders Meertens onder aan de Termaarberg een mooie wagen bouwde waarmee zij meetrokken in de carnavalsoptocht van Gulpen. Deze wagen was een protest tegen de melkfabrieken. In die tijd maakten veel boeren zelf boter en gingen zij met boter en eieren per “Tremke” naar de markt in Gulpen of Maastricht.

De eerste Prins Carnaval van Margraten was Hub Franssen. Aan zijn zijde stond Prinses Hortence Prevoo. In 1938 werden zij opnieuw gekozen als Prins en Prinses.

De Rode Duivels en de voetbalwedstrijd

In de beginjaren speelde de voetbalclub een opvallende rol binnen de carnavalsviering. De Raad van Elf kreeg de naam “Rode Duivels”. Deze groep bestond uit mensen uit Margraten, waaronder enkele oud-voetballers van RKVVM. Zij droegen mooie rode pakken en stelden clowns voor.

Een bekende stunt uit die tijd was de voetbalwedstrijd tussen het eerste elftal van RKVVM en de “Rode Duivels”. Er was veel reclame gemaakt alsof het eerste elftal zou spelen tegen de echte Rode Duivels uit België. In werkelijkheid kwamen de tegenstanders gewoon uit Margraten zelf.

De Rode Duivels arriveerden met het Tremke in Margraten en werden opgewacht door fanfare Concordia, het eerste elftal van de voetbalclub en Prins Carnaval, die op een wit paard zat. Onder grote publieke belangstelling trok men naar de voetbalwei van de familie Conjarts, boven aan de Rijksweg. De wedstrijd werd een groot carnavalesk spektakel en bleef nog jarenlang onderwerp van gesprek.

Carnaval groeit in Margraten

In 1938 en 1939 groeide Carnaval in Margraten verder. Er werden optochten gehouden in het dorp zelf en ook in de cafés werd steeds meer Carnaval gevierd. Bekende cafés uit die tijd waren onder andere Prevoo en Schreurs-Mols aan de Rijksweg en Janssen bij de kerk.

De optochten trokken door Margraten, Termaar en Welsden. Dat was een flinke route, waarbij op sommige stukken nauwelijks publiek stond. Toch hielden de deelnemers op de wagens de sfeer erin en groeide Carnaval uit tot een geliefde traditie.

“Dee vla is Rieste”

Uit 1939, het derde jaar van de Margratense Carnaval, stamt het lied dat veel Margratenaren nog altijd kennen: “Dee vla is Rieste”. De tekst werd geschreven door meester Guus Sluysmans.

Ook andere liedjes kwamen van zijn hand, waaronder “Dao liekt in oos land geen durpke zo sjoen”. In de verzorgde carnavalsgidsen uit die tijd werden de liedjes afgedrukt, zodat iedereen de teksten kon meezingen.

De naam “De Rieste” verscheen als vereniging pas later nadrukkelijker op de voorgrond, maar het lied uit 1939 laat zien dat de Riestevla al vroeg een belangrijke plek innam binnen de Margratense carnavalscultuur.

De eerste onderbreking: oorlogsjaren

Tijdens de periode 1940-1945 was er vanzelfsprekend weinig reden tot feestvieren. De Tweede Wereldoorlog zorgde ervoor dat het prille carnavalsfeest in Margraten niet verder kon groeien.

Na de oorlog werd in 1946 met veel overgave de draad weer opgepakt. De optocht keerde terug en de foto’s uit die periode werden talrijker. In de optocht van 1946 moesten onder andere de Duitsers en Adolf Hitler het ontgelden. Er werd gezwaaid met waardeloze biljetten van één of meer miljoen D-mark.

De eerste generatie carnavalsvierders maakte langzaam plaats voor een tweede generatie. Namen als Lemmerlijn, Sluysmans, Peerboom, Meertens, Hornesch, Debije, Van Proemeren, Frijnts, Blom, Faarts, Mans, Brouwers en Schreurs worden vaak genoemd. Ook gemeenteraadsleden en burgemeester Ronckers droegen Carnaval een warm hart toe en waren aanwezig bij het carnavalsbal en de optocht.

Carnaval in sneeuw en ijs

Het jaar 1946 verliep niet zonder problemen. Margraten was bedekt met een dikke laag sneeuw en ijs. De wagens werden in die tijd nog getrokken door paarden. Voordat men de weg op kon, moesten de hoeven van de paarden worden aangescherpt.

Toch gebeurden er ongelukken door de gladheid. Zo gleed een paard uit bij het verlaten van boerderij De Puthof en vernielde daarbij de poort van de boerderij. De schade bedroeg 58 gulden, wat in die tijd een flink bedrag was.

De prinsenwagen werd dat jaar getrokken door vier witte paarden, geleend bij verschillende boeren. De overige wagens werden getrokken door één of twee paarden. Het carnavalslied stond opnieuw in het teken van de Riestevla: “Riestevla, Riestevla, in oos durpke sjteis dich bovenaan”.

In 1947 was Jo In ’t Zand de Prinselijke Hoogheid. Daarna viel Carnaval in Margraten opnieuw enkele jaren stil.

De tweede onderbreking

Van 1948 tot 1952 stond Carnaval in Margraten op een laag pitje. Er werd geen optocht gehouden. Een duidelijke reden daarvoor is er niet, maar vermoedelijk ontbrak het aan mensen die de organisatie op zich wilden nemen.

Pas in 1952 pakte een nieuwe generatie de draad weer op. In die periode verschijnt voor het eerst de naam “De Florrisse”. Hub Essers, de dorpsschoenmaker, was toen Prins Carnaval.

Ook deze nieuwe start kende tegenslagen. In 1953 werd Carnaval in heel Limburg afgelast vanwege de watersnoodramp in Zeeland. In 1954 vierde Margraten geen Carnaval vanwege het overlijden van burgemeester Ronckers.

In 1955 werd opnieuw voorzichtig geprobeerd om Carnaval op te pakken. Twee carnavalswagens uit Margraten trokken mee in de optocht van Sibbe. Uit dank kwamen de mensen uit Sibbe later met hun wagens naar Margraten. Ter hoogte van de kerk werden de wagens echter door de politie tegengehouden, omdat er geen vergunning was aangevraagd voor een optocht.

Naar de huidige vorm

Rond 1956 begon Carnaval in Margraten langzaam de vorm te krijgen zoals we die nu kennen. Stef Conjarts werd de eerste Prins in een bijna ononderbroken rij van Prinselijke Hoogheden die Margraten tijdens Carnaval hebben geregeerd.

Ook de naam “De Rieste” kwam in die periode duidelijker naar voren. Daarmee kreeg de carnavalsviering in Margraten steeds meer een vaste vorm, gedragen door betrokken mensen, verenigingsleven, muziek, optochten en traditie.

Een traditie om trots op te zijn

De geschiedenis van CV De Rieste is een verhaal van enthousiasme, doorzettingsvermogen en verbondenheid. Van de eerste wagens met paarden, de Rode Duivels en het Tremke tot de optochten, prinsen, jeugdraad en evenementen van nu: steeds opnieuw hebben inwoners van Margraten zich ingezet om Carnaval levend te houden.

CV De Rieste is daarmee niet alleen een carnavalsvereniging, maar ook een belangrijk onderdeel van de Margratense en Limburgse cultuur. Een vereniging met een rijke geschiedenis waar we met trots op mogen terugkijken én waarop we met vertrouwen kunnen voortbouwen.

 

 

Geverifieerd door MonsterInsights