Carnavalsjaren

De eerste karnavalsjaren in Margraten:   

 

 

 

alles gaat met vallen en opstaan

De begin jaren van de carnaval in Margraten, het ontstaan van de Rieste, hoe zijn die verlopen?

 

Over dat onderwerp praten we met mensen van de eerste carnavalsuren: 


Arthur Sluysmans,    Jean Schreurs,   Jef Peerboom,   Wim Lemmerlijn,   Wiel Prevoo.

 

Foto's worden uitgewisseld, namen worden opgenoemd, zelfs plakboeken met carnavals-gidsen doen de ronde. Herinneringen ophalend en pratend over toen, komt er beetje bij beetje een beeld van het carnavalsverleden naar voren. De carnavalsgeschiedenis blijkt een geschiedenis van steeds opnieuw beginnen, vallen en opstaan.

Voetbalwedstrijd tegen de "Rode Duivels"

 

Het initiatief om in 1937 te komen tot de oprichting van een carnavalsvereniging schijnt gelegen te hebben bij Johan Schwanen, toenmalig secretaris van de in 1936 opgerichte voetbalclub, die nu RKVVM heet.

De kapiteins van de jonkheden van Klein Welsden, Groot welsden, Margraten en Termaar en enkele timmerlieden zijn bij elkaar gehaald om een carnavalswagen te bouwen. Met deze wagen is op karnavalsmaandag deelgenomen aan de optocht te Gulpen. De prins, de eerste prins carnaval van Margraten, heette Hub Franssen.

De invloed van de voetbalmensen bleek uit de aktiviteiten in het beginjaar 1937. Naast de wagen, die meetrok in de optocht te Gulpen, werd er een voetbalwedstrijd gehouden tussen het eerste team van de voetbalvereniging en de "Rode Duivels" afkomstig uit, nee, niet België, maar uit Margraten zelf. De tegenstanders van toen Jef Peerboom bij de voetbalclubelf en Athur Sluysmans bij de Rode Duivels, beleven er nog zichtbaar  plezier aan. Al werd er wel serieus gevoetbald. Sluysmans vertelt dat hij door de kieper van Margraten, Jan Debije, met een elleboog in het gezicht is gestoten. Hij wrijft over zijn gezicht alsof hij nu nog die plek voelt.

Motieven

 

Welke reden lagen ten grondslag aan het organisren van het carnavalsfeest in Margraten? De heren van de eerste uren  weten het niet zeker. Natuurlijk werd er in andere plaatsen al carnaval gevierd en Margraten wilde niet achterblijven. Maar volgens Arthur Sluysmans heeft ook de inrichting van de veemarkt er iets mee te maken. In 1937 is men in Margraten begonnen met het houden van een veemarkt. En die markt moest "gepromoot" worden, al gebruikte men daar in die dagen dat woord nog niet voor. Met een carnavalswagen naar Gulpen trekken, bood de kans om deze veemarkt onder de aandacht te brengen.

In 1938 en 1939 breide de carnaval in Margraten zich gestaag uit. Nu werden in het dorp zelf optochten gehouden. Ook in café's werd meer carnaval devierd dan de jaren ervoor. Café's zoals Prevoo en Schreurs-Mols op de Rijksweg en Janssen bij de kerk werden druk bezocht tijdens de drie dolle dagen. Hub Franssen was in 1938 voor de tweede maal prins. In 1939 werd prins Hub opgevolgd door prins Fons Prevoo. Zelfs een prinses verscheen ten tonele, Hortence Prevoo. De optocht in deze twee vooroorlogse jaren trok zowel door het dorp Margraten, door Termaar en door Welsden. Een beetje gekkenwerk, vinden onze gesprekpartners. Op hele stukken van de route ontbrak het publiek en moesten de carnavalsvierders op de wagens elkaar en zichzelf bezig houden.

De eerste optocht, de eerste prinses

Dee vla is Rieste

 

Uit het jaar 1939, pas het derde jaar van de Margratens carnaval, stamt het liedje dat iedere rechtgeaarde Margratenaar ook nu nog uit volle borst meezingt: Dee vla is Rieste. De tekst stamt van de heer Guus Sluysmans, bij velen in Margraten beter bekend als "meester Sluysmans". Ook andere liedje werden gedicht door dezelfde tekstschrijver. Zoals het lieflijke liedje "Dao liekt in oos land geen durpke zo sjoen". In de zeer verzorgde carnavalsgidsen uit deze tijd staan de liedjes afgedrukt, zodatiedereen de hele tekst mee kon zingen.

 

De eerste onderbreking

 

Uiteraard was er in de periode 1940-`1945 weinig reden tot feest vieren en carnaval houden. Deze donkere jaren in de geschiedenis zorgden ervoor dat het prille carnavalsfeest in Margraten zich niet kon uitbreiden.Maar in 1946 werd met veel overgave de draad weer opgepakt. De foto's van de optocht worden talrijker. Uiteraard moesten de Duitsers  en Adolf Hitler het in de optocht van 1946 ontgelden. Driftig werd er tijdens de optocht gezwaaid met biljetten van één of meer miljoen D-mark, inmiddels verworden tot waardeloos stukje papier.

De eerste generatie van carnavalssierders, die in de vooroorlogse jaren het voortouw nam, is inmiddels afgelost door een tweede generatie, waartoe mensen als Lemmerlijn, Sluysmans en peerboom horen. Maar ook andere namen worden vaak genoemd. Meertens, Hornesch, Debije, van Proemeren, Frijnts, Blom, Faarts, Mans, Brouwers en Schreurs, slechts weinig families uit deze tijd hebben geen carnavalsvierder of lid van de raad van elf in hun midden. Ook de gemeenteraadsleden en burgemeester Ronckers dragen de carnaval een warm hart toe en zijn steevast bij het carnavalsbal en de optocht aanwezig.

Slecht weer

 

Het zit de carnavalsvierders in 1946 overigens niet mee. Margraten is bedekt een dikke laag sneeuw en ijs. De wagens werden toen nog getrokken door paarden. In dit jaar moesten de hoeven van de paarden eerst aangescherpt worden alvorens men de weg op kon. Maar toch gebeurde er nog de nodige ongelukken door de gladheid.Zo gleed een paard ondanks de aangescherpte hoeven uit bij het verlaten van de boerderij de Puthof. Het wegglijdende paard vernielde de poort van de boerderij. Liefst fl. 58,00 kostten de herstelwerkzaamheden. En de betrokken carnavalist werd een hele tijd gekort op zijn zakgeld.

De prinsewagen in dit jaar werd getrokken door vier witte paarden. Deze schimmels werden bij   vier verschillende boeren geleend. De overige wagens werden door twee of door een paard getrokken.

Het carnavalslied heeft weer de Riestevla als onderwerp: "Riestevla, riestevla, in oos durpke sjteis dich boove-aan".

In het jaar 1947 was Jo In 't Zand de prinselijke hoogheid. Het zal niet aan deze prins gelegen hebben, dat het carnaval na 1947 voor enige jaren stil viel.

De tweede onderbreking

 

Van 1948 tot 1952 kende Margraten opnieuw een periode, waarin de carnaval op een laag pitje stond en er geen optocht gehouden werd. Waar lag lag dat aan? Er is geen direct en duidelijk antwoord. Men veronderstelt dat er niemand was die de carnavalskar (figuurlijk gesproken dan) wilde trekken. Pas in1952 neemt een derde generatie het heft in handen. Tot deze groep behoort ook Wiel Prevoo. Hij laat foto's zien van de optocht, de meeste gemaakt op de Rijksweg. Voor het eerst verschijnt er een naam: De Florrisse. Hub Essers, de dorpsschoenmaker, is de prins carnaval.

Onze mensen uit 1952 hebben het tij niet mee. In 1953 wordt de carnaval afgelast in heel Limburg vanwege de watersnoodramp, die Zeeland heeft getroffen. In 1954 viert Margraten geen carnaval in verband met het overlijden van burgemeester Ronckers. In 1955 wordt er weer een voorzichtige poging gewaagd. Twee carnavalswagens uit Margraten trekken mee in de optocht van Sibbe. Uit dank daarvoor en omdat men onenigheid heeft met Valkenburg, komen de mensen uit Sibbe met hun carnavalswagens naar Margraten. Maar ter hoogte  van de kerk worden de wagens door de politie staande gehouden. Er is immers geen vergunning aangevraagd om een optocht te houden!

Pas rond 1956 begint de carnaval in Margraten langzaam contouren te krijgen van de huidige dolle dagen en optochten. Stef Conjarts wordt de eerste prins in een bijna ononderbroken rij van doorlustigheden, die Margraten sinds dat jaar tijdens carnaval geregeerd hebben en hopelijk nog vele jaren zullen regeren. Ook de naam "De Rieste" verschijnt ten tonele. Nu pas, terwijl er toch al sinds 1939 gezongen werd: Dee vla is Rieste. 

Guus Prevoo